de LaPerm

           IMG_0163                                      Ezgi-266x300

De LaPerm is een van oorsprong Amerikaans ras, dat in eerste instantie vooral opvalt door de krullende vacht. Maar bij nadere kennismaking is het vooral het karakter van de katten dat veel mensen aanspreekt.

De LaPerm is een kat die erg op mensen gericht is. Ze houden ervan om te ‘helpen’, maar mocht het baasje eigenlijk liever op de bank zitten, dan zijn ze net zo tevreden met een plaatsje op schoot.

Veel LaPerms zijn echte ‘kletskousen’, maar gelukkig is hun stem over het algemeen vrij zacht en bescheiden.

De LaPerm is een middelgrote, gematigd oosterse kat. Er zijn langharige en kortharige LaPerms, en alle kleuren en patronen zijn in principe toegestaan. Zie de rasstandaard van de LPL en de LPS.

Vanwege de krullende vacht heeft een LaPerm weinig onderhoud nodig. Ook verliest een LaPerm veel minder haar dan veel andere rassen. Hierdoor kunnen sommige mensen met allergieën dus wel tegen de LaPerm. Maar dit geldt zeker niet voor iedereen of elke vorm van katten-allergie.

cropped-12108293_983676728342816_1663650180378744775_n-1024x540

Op dit moment wordt de LaPerm zo af en toe nog gekruist met andere rassen. In het Verenigd Koninkrijk vooral met andere gematigd Oosterse rassen zoals de Somali, de Burmilla of de Tonkanees. In de Verenigde Staten is alleen de ‘domestic’ (de Amerikaanse versie van onze huiskat) toegestaan.

Een bijkomend effect van deze uitkruisingen is dus wel dat er in LaPerm nesten af en toe kittens met glad haar zitten. In  het buitenland noemt met deze kittens ‘varianten’, hoewel dit misschien een ongelukkige naam is, want deze kittens dragen absoluut geen gen voor krullen!

Om aan te geven met wat voor een soort vacht een kitten is geboren, gebruiken veel fokkers een soort ‘lettercode’ in de naam van de kat. De letters BC staan voor ‘born curly’, dus een kitten met de gewenste krulvacht. BS staat voor ‘born straight’, voor een kitten met glad haar. Heel af en toe wordt een kitten kaal of bijna kaal geboren, en in dat geval gebruikt met de code BB (born bald). Ook in Nederland worden die afkortingen gebruikt.

Op dit moment is het ras erkend bij de grote Amerikaanse verenigingen (CFA en TICA) en de GCCF in het Verenigd Koninkrijk. Sinds 2015 is het ras ook volledig erkend door de FIFe. In o.a. Duitsland, België en Frankrijk wordt de LaPerm ook erkend door de grote onafhankelijke verenigingen, maar in Nederland is dit (nog)niet het geval.

bb-sunshine

Geschiedenis van het ras

In 1982 werd ergens op de kersen-boerderij van Richard en Linda Koehl, in de staat Oregon, een nest kittens geboren. Op zich niets bijzonders, want zoals alle boerderijen had ook deze een hele kolonie katten die de muizen in toom moesten houden. Alleen zat in dit nest een katje dat anders was dan haar broertjes en zusjes. Ze was namelijk vrijwel kaal.

Linda besloot om dit nest dan voor de uitzondering maar binnen te leggen, want het nest onder de struiken was wel wat koud voor zo’n kaal beestje… Zodoende kon ze de ontwikkeling van het kale diertje goed volgen. Ze kreeg eerst enorme oren, en toen haar haren eindelijk begonnen te groeien bleek dat ze ook nog eens krullen kreeg. Linda had geen idee van kattenrassen of mutaties, dus ze haalde haar schouders op, noemde het kitten Curly en liet haar verder buiten lopen bij de rest van de katten. Het viel haar wel op dat Curly een stuk aanhankelijker was en veel meer het gezelschap van de mensen zocht dan de anderen, maar Linda dacht dat dit gewoon kwam omdat ze binnen was opgegroeid, en vanwege haar krulvacht wat vaker werd aangehaald dan de rest…

Curly kreeg op haar beurt ook weer kittens die ook allemaal kaal waren en later krullen kregen. En wat nog opvallender was, ook deze kittens waren allemaal een stuk aanhankelijker en huiselijker dan de rest van de boerderijkatten. Terwijl de ‘normale’ boerderij-katers hele omzwervingen maakten in de omgeving, bleven de gekrulde exemplaren veel dichter bij huis. De poezen waren zo mogelijk nog huiselijker, en gaandeweg kwamen er dus steeds meer katten met krullen.

De katers van de buren liepen overigens natuurlijk wel op de boerderij rond. Dit was een heel allegaartje, waaronder bijvoorbeeld een kat uit een slipnest van een Siamees – ooit door een buurman aangeschaft als muizenvanger – maar ook een langharige rode kater die als kitten ‘gedumpt’ werd op de oprit (blijkbaar door iemand die dacht dat eentje meer of minder ook niet uitmaakte in zo’n grote groep).

Linda vond het wel grappig dat haar katten er zo anders uitzagen dan die van de buren. Ze had inmiddels wel eens in de bibliotheek in een kattenboek gekeken, en ontdekt dat ze dus blijkbaar een soort ‘rex’ kat had, maar verder was ze niet gegaan.

Tot op een gegeven moment, bijna tien jaar na de geboorte van Curly, toevallig bezoekers op de boerderij kwamen die wel bekend waren met raskatten. Zij zagen gelijk dat deze katten heel anders waren dan de tot dan toe bekende rassen. Het kostte wat moeite om Linda ervan te overtuigen dat ze echt eens naar een show moest gaan met een paar van haar dieren, maar uiteindelijk ging ze toch maar eens mee.

Linda was absoluut niet voorbereid op alles wat er op haar af kwam. De keurmeesters waren over het algemeen erg enthousiast over deze nieuwkomers, maar er waren ook mensen die Linda ervan beschuldigde dat ze ‘had zitten knutselen’ of ‘de boel probeerde te flessen’.

Uiteindelijk is het wel gelukt om Linda ertoe te bewegen om echt serieus aan de slag te gaan met het ras. Dit betekende dat ze vanaf dat moment haar ‘open’ poezen gescheiden ging houden en echt gericht ging fokken. Haar catterynaam was Kloshe. Hiervoor gebruikte ze in eerste instantie vooral die katten die ze kon terugvoeren op Curly – via de moeders dan, want de vaders waren meestal onbekend. Gelukkig had Linda wel een goede administratie waarin stond welke kittens op welke datum waren geboren en wie de moeder was (dit hield ze zelf bij omdat ze de kittens zelf moest enten – er was geen dierenarts voor kleine huisdieren in het dorp). Vandaar dus dat we in ieder geval via de moeder alle katten kunnen terugvoeren op Curly.

In eerste instantie is het ras erkend door TICA. Omdat de dieren zich al tien jaar ongecontroleerd hadden voortgeplant, besloot men geen beperkingen op te leggen m.b.t. kleuren of vacht-aftekeningen. Ook werd besloten dat het ras, dat tenslotte voortkwam uit de ‘gewone boerderijkat’, gekruist mocht worden met huiskatten om de inteelt te beperken. Op die manier konden er katten van buiten de regio  worden gebruikt, want alle katten waren waarschijnlijk familie van elkaar…

Enkele jaren later werd het ras ook voorlopig erkend door CFA, de tweede grote organisatie in de V.S. Inmiddels is het ras daar volledig erkend. Ook bij de CFA mogen huiskatten gebruikt worden om uit te kruisen, maar men gaat er daar van uit dat het ras in 2010 ‘op eigen benen’ moet kunnen staan, en na die datum is het dan ook niet meer toegestaan om huiskatten te gebruiken.

De LaPerm is in 2002 naar Nederland gekomen, HattKatts BC Cari Cath of Crearwy.

In datzelfde jaar kwam ook de eerste LaPerm naar Engeland, Uluru BC Omaste Po of Quincunx.

In Engeland is het ras bij de GCCF inmiddels ook volledig erkend. Omdat de GCCF het fokken met huiskattten niet toestaat, heeft men daar besloten om tot 2010 uit te kruisen met andere rassen van een gematigd Oosters type, zoals de Somali, Tonkanees, Burmilla en Burmees.

Inmiddels is ook aangetoond dat het krul-gen van de LaPerm uniek is. Het is niet verwant aan welk ander ras dan ook. Ook niet aan bijvoorbeeld de Selkirk Rex of de American Wirehair, twee andere uit de V.S. afkomstige rassen met een afwijkende vachtstructuur.

In Nederland is het ras sinds 2015 erkend door FIFe.